Artikel 123 van het verdrag van Lissabon bevestigt het verbod voor lidstaten van de EU om rechtstreeks geld te lenen bij de Europese Centrale Bank. Deze maatregel heeft een omvangrijk begrotingstekort veroorzaakt. Alleen in België al had men 186 miljard euro interestvoeten kunnen besparen op 20 jaar tijd.

Sinds de ondertekening van het verdrag van Maastricht in 1992 hebben de staten niet meer de mogelijkheid geld bij hun eigen centrale bank te ontlenen. Zij kunnen dat evenmin bij de Europese Centrale Bank doen. Om hun tekort moeten ze dus geld gaan lenen op de financiële markten, en meestal gebeurt dit bij beleggingsfondsen en dat zijn meestal private banken. Dit verbod om rechtsreeks geld te lenen bij de ECB, bevestigt door artikel 123 van het Verdrag van Lissabon heeft een enorme financiële meerkost veroorzaakt voor de openbare financiën van de lidstaten van Europa en van de eurozone in het bijzonder.

« Het is verboden aan de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van lidstaten, leningen toe te staan of elke andere vorm van krediet aan instellingen, organen of organismes van de E.U., aan centrale administraties of regionale en lokale besturen. De rechtstreekse overname door de ECB of door Nationale Centrale Banken, van de instrumenten van hun staatsschuld is eveneens verboden (artikel 123 Van het Verdrag van Lissabon – 2007)

De bovenstaande grafiek toont hoe de staatsschuld er zou uitzien sinds 1992 indien de overheid exact dezelfde geldhoeveelheid zou geleend hebben zonder via de financiële markten te passeren. De blauwe curve toont de evolutie aan van de schuld zoal ze zich heeft voorgedaan, dankzij de uitgifte van staatsobligaties aan institutionele beleggers. De roze curve laat zien hoe de schuld er zou uitzien (3de laatste van beneden) toont hoe de schuld er zou uitzien indien de Belgische staat haar tekorten zou gefinancierd hebben via leningen bij de Nationale Bank van België met een interestvoet die met inflatie zou gelijk gesteld worden. In dat geval zou de Belgische staatsschuld 50% kleiner zijn dan vandaag het geval is en zouden we 186 miljard euro bespaard hebben aan afbetalingen, en dit op 20 jaar tijd. Laten we een andere voorbeeld nemen. Indien de Belgische staat bij de ECB geld zou geleend hebben (rode curve) zoals de private banken dat wel kunnen, dan zou de staatschuld 75% bedragen van hetgeen we nu torsen. Opnieuw zouden we 90 miljard afbetalingen bespaard hebben.

De ECB moet rechtstreeks aan de lidstaten kunnen lenen

In tegenstelling tot de beweringen dat de sociale welvaartsstaat teveel geld uitgeeft is duidelijk dat de financieringswijze van de staatsschuld via de financiële markten een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere opbouw van de staatsschuld.

Deze vaststelling heeft vele burgers en een dertigtal verenigingen uit Franstalige België (FGTB, CADTM, Vie Féminine, Katholieke vrouwenbeweging) aangezet tot het in vraag stellen van de legitimiteit van de schuld en een ‘audit’ of doorlichting te vragen van de staatsschuld. Is het écht aan de bevolking om op te draaien voor de kosten van de crisis terwijl ze er geen verantwoordelijkheid voor dragen ? Moet de bevolking een schuld afbetalen terwijl zij er geenszins voordeel hebben uitgehaald ? Deze vragen mogen gesteld worden.

Het is absurd dat de lidstaten verplicht worden geld te gaan lenen bij private banken met interestvoeten die van 1 tot 6% gaan, terwijl deze private banken bij de ECB een rentevoet bekomen die nooit meer dan 0,05% bedraagt. Wanneer men de belangen van de grote private banken voorrang geeft op het belang van de grote meerderheid van de bevolking is dat economisch absurd en sociaal oogpunt onaanvaardbaar. De ECB moet rechtsreeks aan de lidstaten kunnen lenen.

Opdat de staten zich niet buitensporig in de schulden brengen en dat de ECB ook geen bodemloze put wordt moeten de leningen aan minimale tarieven bij de ECB onder strikte voorwaarden toegestaan kunnen worden. Parallel met de traditionele economische criteria zoals de ratio schuld/BBP, het begrotingstekort of de inflatie zouden andere dimensies moeten weerhouden worden zoals het respect van de sociale wetgeving en de arbeidswetgeving, het respect van Europese verplichtingen op vlak van hernieuwbare energiebronnen en de vermindering van CO2 uitstoot, de strijd tegen ongelijkheid en corruptie, de regulering van de financiële sector, enz. Al deze criteria zijn kwantificeerbaar en worden reeds gebruikt voor vergelijkende studies van de OESO of het International Arbeidsorganisatie Het is dus niet moeilijk er rekening mee te houden. Indien lidstaten sociale dumping doen of duurzaamheid niet erkennen, dan zouden interestvoeten kunnen toenemen en kunnen deze lidstaten nog steeds terecht op de financiële markten. Krediet wordt op deze manier een hefboom om de ecologische transitie te versnellen en sociale cohesie te herstellen.

Op dit ogenblik weigeren alle Europese regeringen dergelijke hervorming van de spelregels. Ook omdat ze inflatie zou veroorzaken. Indien deze kritiek niet helemaal ongefundeerd is moten we toch herhalen dat niets de overheid zou verhinderen de geldcreatie beter te reguleren en te bepreken. Het is ook belangrijk te beseffen dat het besparingsbeleid heel Europa in een deflatie-spiraal dreigen onder te dompelen. Europa heeft dus een kleien dosis inflatie nodig, en bovenal massale investeringen om een beleid van economische relance te financieren dat even doeltreffend, ambitieus als doeltreffend en ecologisch verantwoord moet zijn.

Source originale : Carte Blanche publiée dans Le Soir le 14 novembre 2014



Olivier Bonfond

est économiste et conseiller au CEPAG (Centre d’Éducation populaire André Genot). Militant altermondialiste, membre du CADTM, de la plateforme d’audit citoyen de la dette en Belgique (ACiDe) et de la Commission pour la Vérité sur la dette publique de la Grèce créée le 4 avril 2015.
Il est l’auteur du livre Et si on arrêtait de payer ? 10 questions / réponses sur la dette publique belge et les alternatives à l’austérité (Aden, 2012) et Il faut tuer TINA. 200 propositions pour rompre avec le fatalisme et changer le monde (Le Cerisier, fev 2017).

Il est également coordinateur du site Bonnes nouvelles