Volgens de heersende ideologie, dat België te veel schulden heeft, is dit omdat de Belgen boven hun stand geleefd zouden hebben in de afgelopen decennia. Regeringen zouden te veel hebben uitgegeven en de Belgen zouden op een roekeloze manier hebben geprofiteerd van de gezondheidszorg, de pensioenen en andere sociale voordelen.

Deze verklaring is onjuist en het is essentieel om hier komaf mee te maken. Het is immers het belangrijkste argument om de bezuinigingen te rechtvaardigen. Om dit te bewijzen, volstaat het om de evolutie van de Belgische overheidsuitgaven te analyseren volgens het rapport van het BBP, om zeer duidelijk te constateren dat deze stabiel zijn gebleven in de afgelopen 30 jaren (ongeveer 43% van het BBP [1]).

In feite is het zelfs het tegenovergestelde dat gebeurd is. Sinds het begin van de jaren ‘80, hebben de opeenvolgende regeringen strenge bezuinigingsmaatregelen toegepast, om elk jaar een zogenaamd positief primair begrotingssaldo vrij te maken, d.w.z. inkomsten groter dan uitgaven, maar zonder de betaling van de interesten van de schuld. Tussen 1993 en 2007, hebben de Belgische regeringen een primair overschot van 180 miljard euro opgebouwd. En wat waren desgevallend de 180 miljard euro aan besparingen? In plaats van deze inkomsten te gebruiken in de vorm van openbare diensten zijn ze volledig gebruikt om de interesten op de schuld te betalen. De Belgen hebben dus helemaal niet geleefd boven hun stand maar met minder dan de vergaarde middelen, en dit enkel om aan de vraatzuchtige eetlust van de schuldeisers te voldoen.

Indien de Belgische schuld niet te wijten is aan overmatige overheidsuitgaven, kan de vraag gesteld worden waar deze wél vandaan komt. In feite is de Belgische overheidsschuld voornamelijk te wijten aan 5 factoren.

1. De bancaire reddingsoperaties van 2008 en 2011. Deze hebben geleid tot een toename van de openbare schuld van 32,5 miljard euro. Dit bedrag moet nu verhoogd worden met 2,9 miljard euro voor de 3de reddingsoperatie van Dexia. Terwijl de financiële sector blijft verder speculeren, worden nieuwe herkapitalisaties verwacht. Zonder te praten over de garanties (45 miljard euro) die de staat heeft toegekend aan de Belgische banken, die een ernstige bedreiging vormen voor de Belgische overheidsfinanciën.

2. De explosieve toename van de rentevoeten in de jaren ‘80. Naar aanleiding van een eenzijdig besluit van de VS om haar rentevoeten te verhogen. België heeft dan geleend met tarieven die tot 14% stegen. De jaarlijkse terugbetalingen van de rente op de schuld, bedroegen in de jaren 1980 bijna 20 miljard euro (vandaag bedragen ze ongeveer 13 miljard euro).

3. Een sociaal onrechtvaardig fiscaal beleid. De stijging van de overheidsschuld in de afgelopen 30 jaar, is eveneens te wijten aan een politieke keuze waarin de fiscale maatregelen, de grote fortuinen en de grote privébedrijven bevoordeeld hebben: notionele interest, het verminderen van de progressiviteit van het belastingstelsel, roerende voorheffing bevrijdende, fiscale amnestie… Deze maatregelen betekenden concreet jaarlijks een tekort van tientallen miljarden euro’s voor de Staatskas.

4. Een sociaal onrechtvaardig monetair beleid. Sinds 1992 en het Verdrag van Maastricht, hebben de landen van de Europese Unie afgezien van de mogelijkheid om te lenen van hun eigen centrale bank aan 0% of 1% en worden zij gedwongen om zich te wenden tot de grote privébanken, met rentevoeten die vastgesteld worden door de internationale kapitaalsmarkten en de ratingagentschappen. Deze keuze is erg duur voor België. In de periode 1992-2011 heeft de Belgische Staat aan interesten op de schuldenlast een bedrag betaald gelijkwaardig aan 313 miljard euro. Als de Belgische Staat in staat was geweest om hetzelfde bedrag te lenen van haar eigen Nationale Bank maar tegen een tarief van 1%, dan had de overheid 250 miljard euro kunnen uitsparen…

5. De economische crisis. De financiële crisis heeft geleid tot een sterke vertraging van de economische activiteit die de tekorten nog groter gemaakt hebben ten gevolge van verminderde belastingsinkomsten en hogere sociale uitgaven. Hierdoor is, de Belgische overheidsschuld van 2007 tot 2012 toegenomen met 100 miljard euro, vanaf 282,1 miljard in 2007 (84,1% van het BBP) tot 383 miljard euro (100% van het BBP) eind juni 2012, ver boven de 32,5 miljard euro gerelateerd aan de financiële reddingsoperaties.

Na het identificeren van de voornaamste oorzaken van de Belgische overheidsschuld, is het overduidelijk dat de Belgische schuldencrisis helemaal niet het gevolg is van het feit dat de Belgen boven hun stand zouden geleefd hebben, maar aan de enorme nationalisering van schulden uit de private sector, via de reddingsoperaties van de banken, de economische crisis, beide het resultaat van het abnormale en criminele gedrag van de grote financiële instellingen.

Vandaag, in naam van het bezuinigingsbeleid en de terugbetaling van de overheidsschuld, vallen de Belgische politici de sociale verworvenheden hard aan, ongeacht de maatschappelijke kosten. Zo zal de hervorming van de werkloosheid (een jaarlijks budget van ongeveer 7 miljard euro) er niet alleen voor zorgen dat een paar 10-tallen miljoenen euro’s worden bespaard, maar ook dat tienduizenden mensen in armoede en sociale uitsluiting belanden. En waarom zouden niet alleen de werklozen en uitkeringsgerechtigden maar ook alle andere burgers de kosten moeten dragen van een crisis die ze niet hebben veroorzaakt ? Tegelijkertijd wordt er niets gedaan om de terugbetaling van de schuld (jaarlijks ongeveer 45 miljard euro) aan de schuldeisers in vraag te stellen, terwijl zij, ter herinnering, toch de belangrijkste verantwoordelijken zijn van deze economische en financiële ramp. Deze neoliberale ideologische positie komt neer op het systematisch verdedigen van de belangen van de financiële wereld ten nadele van het algemeen belang.



Olivier Bonfond is economist, adviseur Cepag (www.cepag.be), lid van CADTM Belgique en auteur van het boek « Et si on arrêtait de payer ? 10 questions/10 réponses sur la dette publique belge et les alternatives à l’austérité » Editions Aden/CADTM/CEPAG, juin 2012. (« En wat als we stoppen met betalen ? »)

Opmerkingen

[1Bron: BNB, 2012

Olivier Bonfond

est économiste et conseiller au CEPAG (Centre d’Éducation populaire André Genot). Militant altermondialiste, membre du CADTM, de la plateforme d’audit citoyen de la dette en Belgique (ACiDe) et de la Commission pour la Vérité sur la dette publique de la Grèce créée le 4 avril 2015.
Il est l’auteur du livre Et si on arrêtait de payer ? 10 questions / réponses sur la dette publique belge et les alternatives à l’austérité (Aden, 2012) et Il faut tuer TINA. 200 propositions pour rompre avec le fatalisme et changer le monde (Le Cerisier, fev 2017).

Il est également coordinateur du site Bonnes nouvelles