Een tijd geleden, eind mei 2013, hebben Algerije en Brazilië beslist om de schulden te annuleren die verschillende Afrikaanse landen nog aan hen moesten terugbetalen. De Algerijnse regering deed dit voor een bedrag van 902 miljoen US dollar, een tegoed ten aanzien van 14 Afrikaanse landen. Tegelijkertijd kondigde Brazilië de annulatie van een schuld van ongeveer hetzelfde bedrag aan (900 miljoen US dollar) over 12 Afrikaanse landen.

We dienen ons er echter van bewust te zijn dat noch Algerije, noch Brazilië deze schulden annuleerden uit pure solidariteit of altruïsme. De Braziliaanse regering wil vooral haar positie versterken in een continent rijk aan natuurlijke grondstoffen in de hoop zo tegengewicht te kunnen bieden aan andere economische grootmachten zoals China en India die Afrika reeds op de hielen zitten.

Als gevolg van een invloedrijke campagne van NGO’s en sociale bewegingen heeft ook Noorwegen haar verantwoordelijkheid opgenomen rond de illegitieme schuldenlast van 5 landen uit het Zuiden: Equator, Egypte, Jamaica, Peru en Sierra Leone. Noorwegen heeft bijgevolg in 2007 unilateraal en onvoorwaardelijk beslist om de respectievelijke schuldenlast van ongeveer 80 miljoen US dollar te annuleren. Het is de eerste keer dat een land, lid van de “Club van Parijs” [1]
, heeft toegegeven politiek verantwoordelijk te zijn voor een illegitieme schuldenlast en er vervolgens ook op unilaterale wijze maatregelen voor neemt, zonder de annulatie als ontwikkelingshulp in te schrijven om deze kunstmatig te verhogen.

Of dergelijke initiatieven nu voortvloeien uit solidariteit, een verantwoordelijkheidsgevoel of uit economische belangen, de voorbeelden van Brazilië, Algerije en Noorwegen tonen aan dat een land, “rijk”, “arm” of “groeiend”, eenzijdig en autonoom kan beslissen om de schuldenlast van andere landen te annuleren. De hamvraag rijst: waarom beslist België niet om de schuldenlast van de ontwikkelingslanden integraal kwijt te schelden?

Zal de Belgische belastingbetaler dat aanvaarden?

Ja, zelfs in een periode van crisis waar gevraagd wordt om de broeksriem stevig aan te snoeren. Recente onderzoeken tonen aan dat bijna twee derde van de Belgische bevolking ondanks de crisis ontwikkelingshulp- en samenwerking blijft steunen terwijl 85% van de Belgen en de Europeanen menen dat het belangrijk is om ontwikkelingslanden te steunen [2].

Dient België de schuld ten aanzien van de ontwikkelingslanden te annuleren?

Ja. Een evolutie in deze richting zou een resem van engagementen die België al heeft aangegaan onderschrijven. Op 29 maart 2007 heeft de Belgische Senaat een besluit [3] aangenomen waar aan de regering onder andere gevraagd werd een moratoire op de bilaterale schulden van de ontwikkelingslanden in te voeren waarbij de interesten zouden bevroren worden.

Ook werd gevraagd om een audit van de Belgische schulden uit te voeren ter identificatie van het illegitieme deel zodat dit zou kunnen geannuleerd worden. Meer recent, in het regeerakkoord voor 2011, heeft de Belgische regering zich eveneens geëngageerd om een audit van de schulden door te voeren en a priori de schulden te annuleren waar de bevolking nadelen van ondervindt [4].

Bovendien dienen we ons ervan bewust te zijn dat België herhaaldelijk geld heeft geleend aan dictaturen zoals het Zaïre van Mobutu, het Indonesië van Suharto, de Filipijnen van Marcos, het Tunesië van Ben Ali, het Egypte van Moubarak, het Gabon van Omar Bongo, de Congo-Brazzaville van Sassou Nguesso, enzovoort.

Zal de annulatie van deze schuld te veel kosten?

Neen. De schuldenlast ten aanzien van de ontwikkelingslanden bedraagt ongeveer 2 miljard euro [5]. Twee miljard euro, dat is bijna 5 keer minder dan het bedrag dat geïnjecteerd werd in Dexia om de bank van faillissement te redden. Bovendien bedraagt de werkelijke inzet lang geen 2 miljard euro. Enerzijds omdat deze schulden op de secondaire markt verkocht worden aan ongeveer 25% van hun nominale waarde. Anderzijds, en dat is wat werkelijk telt, is wat Belgïe jaarlijks terugbetaald zou krijgen. Kortom, deze bedragen overschrijden niet meer dan enkele honderden miljoenen euros. Een dergelijke beslissing zou met andere woorden geen belangrijke financiële repercussies met zich meebrengen en de “verliezen” zouden gemakkelijk kunnen gecompenseerd worden via andere maatregelen zoals een werkelijke strijd tegen fiscale fraude.

Bovendien, deze beslissing zou een goed voorbeeld kunnen zijn wanneer België, als trouwe soldaat van de besparingspolitiek, haar budget voor internationale samenwerking aanpast [6] : nadat er 400 miljoen euro bespaard werd op ontwikkelingshulp in 2012, blijf de regering verder bezuinigen met 50 miljoen euro in 2013 en 125 miljoen euro in 2014. Tenslotte zou de annulatie van de schuldenlast van de ontwikkelingslanden de basis kunnen leggen voor een nieuwe politiek van ontwikkelingssamenwerking waar begrippen als coherentie, sociale rechtvaardigheid, en gelijkheid echt betekenis krijgen.

Nederlandse vertaling: Kelly Snoeck



Olivier Bonfond is economist, adviseur CEPAG, lid van CADTM Belgïe en auteur van het boek “Et si on arrêtait de payer ? 10 questions / réponses sur la dette publique belge et les alternatives à l’austérité.” Uitgeverij Aden. Juni 2012.

Opmerkingen

[1De ’Club de Paris’ groepeert de 19 rijkste schuldeisers. Deze groep is belast met de heronderhandelingen over de bilaterale publieke schulden van landen uit het Zuiden die moeilijkheden hebben om hun schulden af te lossen. Binnen deze groep heerst het principe van solidariteit.

[3Bron: Sénat belge ; Doc. parl., 3-1507/6, 29 mars

[52 065 920 000 euros tot 31/12/2012

[6België heeft zich juridisch geëngageerd om vanaf 2010 0,7% van haar rijkdom te investeren in ontwikkelingshulp. In deze economie ligt het BNP van België onder 0,5% van het BIP.

cadtm.org
Olivier Bonfond

est économiste et conseiller au CEPAG (Centre d’Éducation populaire André Genot). Militant altermondialiste, membre du CADTM, de la plateforme d’audit citoyen de la dette en Belgique (ACiDe) et de la Commission pour la Vérité sur la dette publique de la Grèce créée le 4 avril 2015.
Il est l’auteur du livre Et si on arrêtait de payer ? 10 questions / réponses sur la dette publique belge et les alternatives à l’austérité (Aden, 2012) et Il faut tuer TINA. 200 propositions pour rompre avec le fatalisme et changer le monde (Le Cerisier, fev 2017).

Il est également coordinateur du site Bonnes nouvelles